De NMBS zet de boordverkoop van treinbiljetten stop

=-=-=-

Tekst opgesteld in samenwerking met het netwerk Réseau en Train Europe, waarvan vzw Vlaamse Reizigersbond lid is. Vertaald door Luc De Smedt, REBO.

Texte issu d’une collaboration avec Vlaamse Reizigersbond (REBO), membre de Réseau européen #enTrain. Traduit par Luc De Smedt, REBO.

Tekst in het Frans / Texte en français : https://reseauentrain.eu/?p=2584

=-=-=-

=-=-=-

Vandaag de dag kan de gebruiker die in België zonder biljet op de trein stapt zich nog bij de treinbegeleider in regel stellen. Hoe? Door het treinbiljet te betalen (uitsluitend met de kaart; geen speciën), verhoogd met de forfaitaire toeslag van negen euro, ongeacht de lengte van de rit.

Op die wijze is de gebruiker die zonder biljet op de trein stapt nog geen fraudeur. Hij is pas in overtreding indien hij weigert om het treinbiljet plus negen euro te betalen wanneer de treinbegeleider langskomt. Het betalen van die som vormt dus in zekere zin een minnelijke schikking.

Vanzelfsprekend bestaat er het risico dat reizigers willens en wetens beslissen om vooraf geen treinbiljet te kopen, bedenkend dat ze slechts het risico lopen om bijkomend negen euro te moeten betalen.

Die reglementaire bepaling is evenwel eenvoudig en soepel, evenwichtig verdeeld tussen de operator en de reiziger.

De NMBS (Nationale Maatschappij der Belgische spoorwegen) zal deze betaalmogelijkheid aan boord vanaf 01 juli 2026 stopzetten. Voortaan zal de treinreiziger verplicht zijn om reeds bij het opstappen een geldig vervoerbewijs te hebben. Bij gebrek aan een geldig vervoerbewijs zal de NMBS hem van meet af aan als een fraudeur beschouwen. De reiziger zonder geldig vervoerbewijs zal bij controle een boete van 90 euro moeten betalen; bij herhaling, een boete van 250 euro. De reiziger zal evenwel over een termijn van twee weken beschikken om een vervoerbewijs te tonen dat geldig was op het ogenblik van de reis, bijvoorbeeld een treinkaart (abonnement) die hij had vergeten ofwel die hij niet had kunnen tonen tijdens de controle.

Een hard systeem, gericht op fraudebestrijding, vervangt dus een soepel systeem van een commerciële transactie.

De NMBS beweert de fraude te bestrijden maar creëert fraudeurs in naam van de fraudebestrijding. Het argument doet denken aan de boeken van de Britse schrijver George Orwell.

Wat betreft het argument van de veiligheid van de treinbegeleiders ligt het voor de hand dat de confrontaties met de zwartrijders de spanningen doen oplopen, en bijgevolg het risico op agressie. Het is evenwel onduidelijk in welke mate de spanningen zullen afnemen wanneer wordt overgegaan van de mogelijkheid om zich aan boord in regel te stellen voor het bescheiden bedrag van negen euro naar de verplichting om een boete te betalen die tien keer duurder is. Integendeel, zulke werkwijze brengt de treinbegeleiders nog meer in gevaar. Het blijft onduidelijk welk voordeel dit zal brengen voor de financies van de operator of die van het Koninkrijk België, en dit des te meer daar de NMBS-administratie een toenemend aantal geschildossiers zal moeten beheren.

Bovendien kan men nooit genoeg herhalen dat de fraude in het openbaar vervoer geen eenduidig fenomeen is. Tussen de zelfbewuste fraudeur en de reiziger die een geldig vervoerbewijs gebruikt zijn er nuances met tussenliggende situaties, bijvoorbeeld personen die geen geldig biljet hebben door een technische storing, door een gebrekkige kennis van het tariefsysteem, door de defecte biljettenautomaat of domweg door onvoorziene omstandigheden of een vergetelheid. Die ‘fraudeurs te goeder trouw’ lopen het risico om de gevolgen van zulke verharding te ondervinden.

In de stations in Nederland en in het Verenigd Koninkrijk is de validering van de vervoerbewijzen aan toegangspoortjes de voorwaarde om toegang te krijgen tot de perrons. In Frankrijk moet de reiziger twee minuten voor de vertrektijd op het perron aanwezig zijn. In voorkomend geval sluiten de toegangspoortjes reeds op dat moment. Op die wijze wordt belet dat de reiziger nog in de hogesnelheidstrein of in de regionale trein zou kunnen stappen. In Frankrijk was het ordewoord van de fraudebestrijding het voorwendsel om maatregelen te treffen die de reiservaring onaangenaam maken. De reizigers worden zelfs onderworpen aan alsmaar meer klantonvriendelijke reisregels. Het discours gericht op fraudebestrijding voedt bij de operator een cultuur waar de reiziger, zelfs indien die in regel is of zich te goeder trouw in een onregelmatige situatie bevindt, als verdacht wordt beschouwd.

Meer in het algemeen zet de NMBS, door die antifraudemaatregel, een stap in de richting van het concept van de ‘gesloten trein’. Réseau européen #en Train eist daarentegen en nog maar eens zowel vlot toegankelijke als zo soepel als mogelijk te gebruiken treinen. Dit behelst de mogelijkheid voor de reiziger om zich nog aan boord van de trein in regel te stellen middels een handelsverrichting. Dit is fundamenteel voor de passagiersrechten maar ook voor de verandering van de vervoerwijzekeuze (modal shift). Uitgerekend de belangrijkste troef van de eigen auto is immers de soepelheid in gebruik en de permanente beschikbaarheid.

=-=-=-